foto: Dick Goslinga
Wielenwerkgroep

 

EHS Trynwâlden-Zwagermieden Broedvogels Trekvogels-Wintergasten Andere dieren


Project EHS Trynwâlden - Zwagermieden


In 2000, 2005 en 2010 heeft de Wielenwerkgroep broedvogelinventarisaties georganiseerd in de volledige EHS vanaf de Groote Wielen tot en met de Zwagermieden. Hieraan hebben vogeltellers van de Wielenwerkgroep, vogelwachtleden en individuele tellers deelgenomen. In het project is ook het voorkomen van trekvogels andere dieren onderzocht.
Het telgebied is ongeveer 1750 hectare groot, waarvan 150 hectare water. Het gebied bestaat grotendeels uit moerassen en graslanden op veengrond met zandopduikingen met in het westen klei-op-veen. Door de samenkomst van de verschillende grondsoorten is het landschap en daarmee samenhangend de broedvogelbevolking zeer gevarieerd. Het gebied is voor het grootste deel in beheer als reservaat bij It Fryske Gea en Staatsbosbeheer, maar enkele delen zijn in agrarisch natuurbeheer en particulier reservaatsbeheer.

terug 

Broedvogels

In de drie onderzoeksjaren zijn ruim 100 soorten broedvogels vastgesteld in het telgebied. Een paar algemene tendenzen zijn wel duidelijk. De weidevogels zijn in de periode 2000-2010 achteruitgegaan, zij het niet zo sterk als in de moderne landbouwgebieden. De moerasvogels zitten in de lift. Dat komt vooral door de omvorming van grasland naar moeras eind jaren negentig en verbeterd waterbeheer. De laatste jaren is ook het weidevogelbeheer verbeterd en in het broedseizoen meer afgestemd op de behoeften van de vogels.
Hieronder is een lijst met broedparen voor een aantal beschermde soorten broedvogels die in 2010 zijn vastgesteld. Deze soorten staan op de Rode Lijst van bedreigde of kwetsbare vogelsoorten of op de lijst van Natura 2000.

rietzanger
513
gele kwikstaart
28
bruine kiekendief
6
graspieper
132
koekoek
24
visdief
4
grutto
109
kluut
15
porseleinhoen
3
blauwborst
98
zomertaling
11
nachtegaal
2
tureluur
92
matkop
11
grote karekiet
1
veldleeuwerik
45
ringmus
9
tortelduif (zomertortel)
1
slobeend
44
wintertaling
9
ijsvogel
1
snor
39
huismus
9
kerkuil
1
watersnip
29
roerdomp
6
 

-

Er zijn ook overige niet-alledaagse soorten aangetroffen. Vooral in het moerasbos van het Bûtenfjild was dat het geval, waar soorten als Goudvink, Kleine Bonte Specht, Boompieper, Grauwe Vliegenvanger en Nachtegaal broeden.

terug 

Trekvogels en wintergasten

Voor drie soorten watervogels is de EHS van internationale betekenis. In de winter wordt van de Kolgans en Brandgans regelmatig meer dan 1% van de Westeuropese trekpopulatie in de EHS aangetroffen. De vogels slapen 's nachts in de Rytsjerksterpolder bij de Groote Wielen om overdag voedsel te zoeken op de graslanden binnen en buiten de EHS. In de periode 2006-2010 zijn gemiddeld jaarlijks maximaal 15.000 Kolganzen (1,5%) en 12.000 Brandganzen (2,8%) geteld. Daarnaast worden in sommige jaren ook meer dan 400 Slobeenden (1%) geteld. Ook van andere soorten watervogels worden naar verhouding grote aantallen geteld: Krakeend (150), Wintertaling (1300), Smient (3200), Kievit (3700) en Grutto (1100). De vogels worden aangetrokken door de dan ondergelopen zomerpolders, die een rustige slaap- en pleisterplaats bieden.




terug

Roofvogels

Vanaf 1997 worden roofvogeltellingen gehouden buiten de broedtijf in de Natte as van Noord-Oost Fryslân. De aanwezigheid van roofvogels zegt iets over de rijkdom aanleven in een gebied. Roofvogels staan mede aan de top van de voedselketen en worden aangetrokken door de aanwezigheid van veel prooidieren, die afhankelijk zijn van de kwaliteit van het leefgebied. De vogels komen onder meer tijdens de voor- en najaarstrek naar de Natte As, maar ook 's winters verblijven er veel roofvogels. Tot en met 2015 zijn bijna 3300 roofvogels waargenomen, verdeeld over 13 soorten gedurende 130 gehele of gedeeltelijke tellingen van het 2900 hectare grote telgebied. De top-drie bestaat uit 1) buizerd (meer dan de helft van alle waarnemingen), 2) torenvalk en 3) bruine kiekendief. De laatste wordt vooral gezien in de maanden maart en april (voorjaarstrek en eigen broedvogels) en september (najaarstrek). De grootste dichtheden aan roofvogels worden aangetroffen in en rond de Groote Wielen en de Zwagermieden.


terug

andere dieren

Behalve
vogels leven er ook andere dieren in het gevarieerde landschap van de EHS. Blikvangers zijn Ree, Haas, Hermelijn, Vos en Groene kikker, maar ook veel minder bekende, en bedreigde soorten leven er. Een aantal van deze soorten staan op de Rode Lijst of worden beschermd door de Habitat-richtlijn. Voor deze soorten is de Natte As van levensbelang. Het gaat in elk geval om om dagvlinders, libellen, amfibiën, vissen en zoogdieren. De volgende beschermde soorten zijn waargenomen:
Zilveren maan, Groot dikkopje, Groene glazenmaker, Vroege glazenmaker, Glassnijder, Gevlekte glanslibel, Sierlijke Witsnuitlibel, Rugstreeppad, Heikikker, Ringslang, Bittervoorn, Vetje, Kroeskarper, Noordse woelmuis, Waterspitsmuis, Meervleermuis en Watervleermuis. De soorten gedijen in de waterrijke EHS met de afwisseling van veen en zand, open en besloten, grasland en moeras.

Het rapport EHS Trynwâlden-Zwagermieden 2010 is hier te downloaden.

 

Bijgewerkt op 19-jan-16