foto: Dick Goslinga
Wielenwerkgroep


Groote Wielen Natte As EHS Trynwâlden-Zwagermieden Tellingen

 

De Groote Wielen

Gebiedsbeschrijving
De Groote Wielen vormt een gevarieerd landschap. Het is een veengebied, gevormd na de laatste ijstijd. In het westen is over het veen een dunne laag klei afgezet door overstromingen vanuit de voormalige Middelzee. Het gebied is in totaal 618 hectare groot en bestaat uit moeras, zomer- en winterpoldergraslanden, boezemlandjes en oeverzones, water en twee eendenkooien. Het is kerngebied in de Ecologische Hoofdstructuur, sinds 2000 aangewezen als Speciale Beschermingszone onder de Europese Vogelrichtlijn en sinds 2004 Natura 2000-gebied. De Groote Wielen is in beheer bij It Fryske Gea.

Fauna
Het Groote Wielengebied is belangrijk voor broedvogels (weidevogels, moerasvogels) en trekvogels (ganzen, eenden, steltlopers). Voor trekkende en overwinterende watervogels is het van internationale betekenis. Vooral de westelijk gelegen Binnemiede en Weeshuispolder zijn belangrijk broedgebied voor soorten als Grutto, Tureluur en Veldleeuwerik. Bijzondere moerasvogels in De Groote Wielen zijn Bruine Kiekendief, Porseleinhoen en Baardmannetje.
Vanaf de herfst tot het vroege voorjaar staan de zomerpolders onder water. Als er ijs ligt is dit een populair gebied om te schaatsen. Het gebied behoort tot de belangrijkste wetlands in Fryslan en Nederland. Tienduizenden ganzen en eenden komen er rusten, ruien, slapen en pleisteren. Met name de aantallen Kolgans, Brandgans en Smient kunnen hoog oplopen. Regelmatig worden voor soorten als Kolgans, Brandgans en Slobeend (en vroeger ook de Smient) meer dan 1% van de Westeuropese trekpopulatie aangetroffen.

In de natte rietlanden is het voorkomen van de Noordse Woelmuis vastgesteld. Verder komen er in het gebied onder andere Ree, Vos, Bunzing, Hermelijn en Wezel voor.

Ook komen er vele vlinder- en libellensoorten voor. Bij vlinders gaat het vooral om graslandvlinders als Bruin zandoogje, Argusvlinder, Zwartsprietdikkopje en Hooibeestje. Langs de Canterlandseweg tussen Gytsjerk en Miedum (richting Lekkum/Leeuwarden) loopt langs het fietspad een vlinderberm. Deze is in beheer bij de Wielenwerkgroep. Aan het begin staat een bord met informatie over de aanwezige vlindersoorten. Libellen zijn talrijk aanwezig in De Groote Wielen met soorten als Variabele waterjuffer, Grote roodoogjuffer, Gewone oeverlibel, Glassnijder en Groene glazenmaker.

foto: Dick Goslingafoto: Dick Goslingafoto: Dick Goslinga

Flora
De variatie in bodemtypes weerspiegelt zich ook in de aanwezige vegetatie. De westelijk gelegen weidevogelgebieden Binnemiede- en Weeshuispolder bestaan uit bloemrijke graslanden met in het voorjaar een kleurrijke schakering van Veldzuring, Pinksterbloem, Scherpe boterbloem en hier en daar Veenpluis. De Ryptsjerksterpolder ten oosten van de Wielen is veel moerassiger met soorten als Grote ratelaar, Moerasdroogbloem, Gewone dotterbloem, Waterkruiskruid en Kattenstaart. In de zomerpolders en boezemland liggen nog enkele dotterbloemhooilanden en restanten van blauwgrasland, met soorten als Blauwe Zegge, Spaanse ruiter, Kale Jonker en Moeraslathyrus.

Inventarisaties
De Wielenwerkgroep doet verschillende inventarisaties en tellingen. De meest recente gegevens vindt je
hier.

Route
Dit bijzondere natuurgebied vindt u tussen Leeuwarden, Gytsjerk en Ryptsjerk, aan de noordzijde van de Groninger Straatweg (E10). Door het gebied lopen enkele wandelroutes. Deze zijn te bereiken vanaf het uitzichtpunt aan de Westerdyk tussen Ryptsjerk en Gytsjerk (niet het hele jaar toegankelijk), en vanaf het parkeerterrein langs de E10 tussen Tytsjerk en Leeuwarden (tegenover Aquazoo).
Langs de Kooiweg ten zuiden van Gytsjerk staat een vogelkijkhut, met vooral 's winters en in het vroege voorjaar een spectaculair uitzicht op de onder water staande zomerpolders met duizenden watervogels.

terug 

De noordoostelijke Natte As van Fryslân

Het Groote Wielengebied maakt deel uit van de de noordoostelijke Natte As van Fryslân, een deel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) vanaf Leeuwarden tot en met het Lauwersmeer. Het is een keten van natte natuurgebieden: Groote Wielen, Bouwepet, Bûtenfjild (met Ottema-Wiersma reservaat en de Sippenfennen), Houtwiel, Falomster Leyen, Zwagermieden en Lauwersmeer. De Ecologische Hoofdstructuur is belangrijk voor dier- en plantensoorten om zich te kunnen verspreiden en om de gebieden in samenhang te kunnen inrichten en beheren.

terug 

Project EHS Trynwâlden - Zwagermieden

In 2000, 2005 en 2010 heeft de Wielenwerkgroep broedvogelinventarisaties georganiseerd in de volledige EHS vanaf de Groote Wielen tot en met de Zwagermieden. Hieraan hebben vogeltellers van de Wielenwerkgroep, vogelwachtleden en individuele tellers deelgenomen. In het project is ook het voorkomen van trekvogels andere dieren onderzocht. Wie meer wil weten, kan hier terecht.

terug 



 

 

 

 

Bijgewerkt op 8-nov-12
Copyright foto's: Dick Goslinga